Van oogstafval tot restjesbord: De eerlijke strijd tegen voedselverspilling
· Redactie en fotoverslag Chiara van Leeuwarde
Beluister dit artikel

Illustratie voedselverspilling
Negentien procent van het beschikbare voedsel in de wereld gaat verloren door verspilling. Dat is naar schatting van het Environment Program van de Verenigde Naties (UNEP) 1,05 miljard ton voedsel. De internationale dag van voedselverlies en – verspilling wordt op 29 september herdacht. Het belangrijkste doel van de Verenigde Naties voor deze dag is het vergroten van het wereldwijd bewustzijn en actie stimuleren om voedselverlies in de productieketen en voedselverspilling bij consumenten en winkels tegen te gaan. Deze heugelijke dag wordt voornamelijk getrokken door de FAO (Voedsel – en landbouworganisatie van de VN) en UNEP. Dit sluit ook direct aan bij de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN (Verenigde Naties).

Managers van J'adore
Het percentage van negentien procent voedsel dat verloren gaat, is vaak binnen de detailhandel, horeca of het belandt ook bij huishoudens in de afvalbak. Dat is bijna een vijfde deel van het voedsel dat het einde van de voedselketen bereikt. Volgens de Verenigde Naties is het bekend dat zestig procent van voedselverspilling plaatsvindt tijdens ons huishouden, 28% van Food service en twaalf procent van handel.
Hoewel er zoveel voedsel verloren gaat, is het volgens een rapportage van de FAO in 2025 berekend dat één op de dertien mensen wereldwijd honger lijdt. Dit is tussen 608 en 696 miljoen mensen. Volgens de bronnen van de FAO is er in 2026 een berekening gemaakt, dat 2.69 biljoen mensen in de wereld zich geen gezonde en kwalitatieve voeding kunnen veroorloven.

Vishal Nathoeni voorzitter groenteboeren unie
Ook in Suriname wordt er jaarlijks voedsel weggegooid. Hoewel exacte cijfers over voedselverspilling in Suriname niet bekend zijn, geeft Vishal Nathoeni, voorzitter van de Groentehandelaren Unie en Agrariërs die hun producten verkopen op de avondmarkt, aan dat vraag en aanbod een belangrijke rol speelt bij voedselverspilling op de markt. “Als de vraag groot is, wordt het product of gewas automatisch duurder, omdat onze lokale markten met het vraag- en aanbodprincipe werken. Het product wordt duurder als de vraag groot is en als de vraag laag is, daalt de prijs. Het moment dat er een daling van prijs is, start voedselverspilling.”, benadrukt Nathoeni.
De voorzitter gaf een simpel voorbeeld: Oker is een gewas dat aan de goedkope kant is en twee of drie grote producenten van oker oogsten het en brengen het naar de markt. Als de producenten niet alle oker verkopen, wordt de overgebleven oker aan de koeien gevoerd. Hoewel het een vorm van voedselverspilling is, getuigt het voeren van de oker aan de koeien van een alternatieve aanpak. Helaas zijn er volgens Nathoeni ook handelaren die oker ophalen en naar de markt vervoeren en het niet kunnen verkopen. Dat wordt vervolgens weggegooid. Er worden bijvoorbeeld tien kratten met een totaal gewicht van 130 kilo weggegooid.
“Iedereen eet komkommer, slablad en tomaten, want dat zijn in de meeste gevallen groenten voor december. Deze groentesoorten worden het meest in december verkocht. In december wordt boulanger niet vaak gekocht; dan heeft de boer deze goedkoop kunnen kopen maar kan het zelf niet weer verkopen met als gevolg dat deze wordt weggegooid. Er zijn ook meer soorten groenten bijvoorbeeld bladgroenten die ook niet hard gaan in december. Als een bundel kaisoi SRD100 kost, zou de boer het niet meer kunnen verkopen. Hij laat het gewoon liggen en ruimt het op. Hij bespuit het, zodat het afsterft, omdat het voor hem niet winstgevend is”, legt Nathoeni uitgebreid uit. Soms kiest de boer ervoor om deze groenten zelfs helemaal niet te oogsten en deze gewoon te laten liggen en doodgaan, zegt de voorzitter. De afgelopen twee of drie jaar was er volgens hem sprake van aanzienlijke verspilling. Nathoeni zegt, dat deze groenten goed gebruikt kunnen worden voor sociale doeleinden. Aan MHN laat hij weten dat hij persoonlijk de ervaring heeft gehad dat mensen in de samenleving weinig gemotiveerd zijn om sociaal werk te doen.
Nathoeni vervolgt: “Het is belangrijk dat er een maximum en minimum prijs wordt gehanteerd door het ministerie van LVV, zodat de boeren geen verlies lijden waardoor er minder verspilling zal zijn. De verkoper weet: Ik kan dit product niet verkopen voor een lagere prijs, de boer is ervan verzekerd dat hij niet alles verliest, maar het is ook niet de bedoeling dat de consument te diep in zijn/haar zak moet gaan. Als het te goedkoop is, verliest de boer, en als het te duur is, verliest de consument. Er moet een gezond en stabiel evenwicht zijn”, benadrukt de voorzitter.
Waar voedselverspilling op de markt onder andere ontstaat door overschotten en een veranderde vraag, proberen sommige horecazaken juist manieren te vinden om voedsel zo volledig mogelijk te benutten. Een voorbeeld hiervan is café J’adore. Igmar Ragil en Sandy Choi restaurantmanagers van het café dat al vier jaar bestaat, gaan in op vragen van MHN over voedselverspilling. Ragil: “Als restauranthouder is er een regel dat hoe meer je weggooit, des te meer je ook verlies zal lijden. In dit restaurant proberen wij al onze ingrediënten zo efficiënt mogelijk te gebruiken en zo min als mogelijk te verspillen. Toen wij pas startten met het restaurant, hadden wij nog geen optimale regels hiervoor, waardoor er veel voeding verloren ging met als gevolg financiële verliezen. De twee laatste jaren hebben wij enorm hieraan gewerkt”.
Ragil en Choi proberen zoveel mogelijk ingrediënten opnieuw te gebruiken zodat er niets verloren gaat en gebruiken daarvoor het first in en first out principe. De methode houdt in, dat bijvoorbeeld het product dat de eerste week van september is gekocht, als eerst uit de koelkast gehaald moet worden dan het product dat de derde week van september is gekocht. Op deze manier voorkomt het bedrijf ook bederf. Zij geven daarom als advies mee aan collega’s dat het daarom heel belangrijk is om als restauranthouder van tevoren goed na te denken over de bedrijfsvoering zodat men niet met een voorraad blijft zitten.
Duurzaamheid is belangrijk voor de managers. Als er bijvoorbeeld 10 kilo komkommer wordt gekocht, proberen zij zorgvuldig met de komkommers om te gaan. Het restant van de komkommers gebruiken zij voor hun sauzen, bijvoorbeeld de Chimichurri sauce. Voor het verduurzamen van komkommer en het verlengen van de houdbaarheid, wordt komkommer in azijn geplaatst. De schil van komkommer wordt niet weggegooid, maar voor compost gebruikt. De managers planten thuis en maken op een regelmatige basis compost voor hun planten.
In dit café wordt er dagelijks met verse groenten gekookt, maar soms blijven er groenteresten over. Van de overgebleven groenteresten wordt er kruidolie gemaakt. Een voorbeeld daarvan is het mengen van prei of basilicum in olijfolie, leggen de restaurantmanagers uit.
Duurzaamheid staat hoog in het vaandel bij dit café, want het overgebleven vet wordt gedoneerd aan een ondernemer die het vet vervolgens als ingrediënt gebruikt voor de commerciële productie van zeep. Hoewel J’adore probeert om verspilling te beperken, komt het in uitzonderlijke gevallen toch voor, dat voedsel of drank wordt weggegooid. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer klanten hun eten of drinken laten staan nadat ze er slechts een deel van hebben gegeten of gedronken.
Niet alleen restaurants hebben te maken met voedsel dat na verkoop overblijft. Ook marktverkopers ervaren dagelijks wat er gebeurt wanneer groenten niet op tijd een koper vinden. Atish Matabiek verkoopt al drie jaar op de avondmarkt. Daarnaast is hij ook landbouwer. Hij verkoopt verschillende groenten waaronder bonen, kousenband, soepgroente en boulanger op de Centrale markt en de Kwatta markt. Matabiek vindt dat overgebleven voedsel op een efficiënte manier of voor een goed doel gebruikt zou moeten worden. Daarom geeft hij overgebleven groenten en fruit aan zijn buren die kippen hebben. Groenten die niet meer goed of overgebleven zijn, gooit hij weg. Hij bevestigt de vaststelling van Nathoeni dat de seizoenen ook een rol spelen bij voedselverspilling. Tijdens de grote vakantie, daalt de vraag naar groenten, waardoor hij met veel overschotten komt te zitten en in december stijgt de vraag naar groente, waardoor er ook minder wordt weggegooid.
Tags
Deel dit artikel




