Verdachten van mensenhandel zelf ook eerder slachtoffer van mensenhandel
· Redactie Valerie Fris
Beluister dit artikel

Illustratie van rechtszaak over mensenhandel
O.M eist 4 jaar celstraf
Tegen de Cubaanse verdachten M.M.G. en A.R.H., is donderdag door het Openbaar Ministerie (O.M.) een celstraf geëist van vier jaar voor mensenhandel waarvan 1 jaar voorwaardelijk met aftrek van de tijd in voorarrest. De Officier van Justitie gaf in het requisitoir aan dat het vooral van de vrouwelijke verdachte A.R.H. een kwalijke zaak is, dat zij zich schuldig maakt aan mensenhandel omdat zij zes jaar geleden zelf slachtoffer was van mensenhandel. Dat zou haar handelen volgens het O.M. niet rechtvaardigen.
Uit Whatsapp voice berichten is te horen hoe de verdachte, vrouwen uit Cuba enthousiast maakte door hen te vertellen dat zij de ticketkosten van USD3.000 op zich kon nemen en dat de vrouwen in Suriname daarvoor slechts voor een korte tijd hoefden te werken in een stripclub. A.R.H. zorgde samen met M.M.G. ervoor dat de tickets werden geboekt en dat de vrouwen op de luchthaven werden opgehaald. Maar eenmaal in Paramaribo kregen de vrouwen te horen dat de schuld minimaal USD5.500,- bedroeg en dat zij dit alleen konden terugbetalen door in de prostitutie te werken. De vrouwen zouden dagelijks moeten werken ook als zij ziek waren of menstrueerden. De verdachte M.M.G. bedreigde de vrouwen door te stellen dat zij niet naar de politie hoefden te stappen omdat die hen niet zou helpen. Bovendien zouden de vrouwen bij weigering worden gebracht naar de goudvelden waar de situatie nog minder rooskleurig was.
“Als je weet dat je naar Suriname zou komen om te strippen, wat verwacht je dan? Waar is de grens tussen sekswerk en strippen?”. Met deze vragen startte advocaat Irvin Kanhai zijn pleidooi. Hij is de raadsman van de verdachte A.R.H. De advocaat van de verdachte M.M.G. is Maureen Nibte maar zij kon donderdag nog geen pleidooi houden. Volgens Kanhai heeft zijn client niemand gedwongen om sekswerk te doen. “Het was gewoon een aflossing van een voorgeschoten bedrag en er was geen sprake van arbeidsuitbuiting. De vrouwen hadden geen beperkingen in hun handel en wandel”, stelde Kanhai. De raadsman merkte ook op, dat de anonieme aangeefster, wiens identiteit later wel bekend was, niet te vertrouwen zou zijn. Volgens hem wilde het slachtoffer de verdachte gewoon pesten omdat zij ruzie zou hebben met A.R.H. Kanhai vroeg daarom vrijspraak voor zijn cliёnt. Op de volgende zitting zal Maureen Nibte het pleidooi van haar cliёnt M.M.G. voeren.
Tags
Deel dit artikel




