Actrice Hilkia Lobman: ‘Ik ben niet tevreden met middelmatigheid’
· Tekst en beeld: Morena Leter
Beluister dit artikel

Actrice, docent en scenarioschrijver Hilkia Lobman.
Op het eerste gezicht zou je denken dat ze een willekeurige voorbijganger is. Ze komt aanlopen in een eenvoudige korte broek, blouse en sneakers. Toch staat Hilkia Lobman (48) al negentien jaar op de planken en bouwt ze aan een veelzijdige carrière als actrice, docent, en scenarioschrijver. Lobman oogt bescheiden, maar legt de lat voor zichzelf hoog. “Ik ben niet tevreden met middelmatigheid”, zegt ze. Media Heart Network gaat met Lobman in gesprek over haar leven, haar kunst en de weg die ze als maker aflegt.
Lobman begon haar theatercarrière in 2007 bij Jeugdtheaterschool On Stage onder leiding van Helen Kamperveen. Een van de lessen die ze uit de eerste jaren meedraagt is het belang van jezelf zijn. “Het klinkt misschien cliché, maar voor mij was het groundbreaking om mezelf te zijn. Vanaf kleins af moest ik aanhoren: doe anders, doe normaal, doe minder opvallend. Je lacht altijd. Toen kwam ik bij On Stage en mocht ik mezelf zijn.” Lobman werd geaccepteerd voor wie ze was. “Niemand vond me weird. Iedereen die daar was, was of even weird of weirder. Dat draag ik honderd procent met me mee tot de dag van vandaag.”
Als kind hield ze zich echter geregeld in. “Een soort codeswitching moest ik toen al toepassen. Het is niet alsof ik mezelf wegcijferde of wat dan ook. Maar als een leerkracht tegen je zegt: ‘Lobman, je bent weer bezig. Lobman, we moeten allemaal lachen nu’, dan heb je wel even iets van laat me een paar stappen terug nemen.” Bij On Stage hoefde dat niet. “Ik hoefde met niets rekening te houden. Je moest laten zien wie je bent en wat je kan, anders werd je niet gekozen voor de theaterstukken. En Helen (Kamperveen, … red.) was heel duidelijk daarin. Heel streng. Alleen het beste van het beste ging in bepaalde stukken. Dus you couldn't hold back.”
De drang om steeds beter te worden is Lobman nooit kwijtgeraakt. “Creëren is mijn craft”, zegt ze stellig. Sinds haar jeugd maakt ze verhalen. “Over dingen, mensen, dieren, planten. Over alles kan ik iets creëren in mijn hoofd en het leven geven. Ik doe het met gemak.” Hoe langer ze bezig is, hoe meer ze beseft dat het beter kan. “Het kan steeds beter, groter, mooier, intenser. Sommige mensen zijn gauw tevreden, maar ik niet”, zegt ze.
Haar ambitie vraagt volgens haar veel energie, zelfkennis en geduld. “I’m here for it. Ik ben niet tevreden met middelmatigheid. Ik heb meer dan genoeg dingen gedaan die middelmatig waren hoor, maar dat wil niet zeggen dat ik gauw tevreden ben. Perfectie is moeilijk. Maar het bestaat wel.”
Geen behoefte aan populariteit
Hoewel Lobman expressief kan zijn in haar emoties, lijkt ze zich in het dagelijks leven enigszins gedeisd te houden. Op haar Facebookpagina deelt ze regelmatig foto’s van eerdere producties. Zo nu en dan plaatst ze een quote, vaak met een vleugje humor. Gevraagd of ze wel bekend is in Suriname, terwijl ze bijvoorbeeld ook een bijrol in de bekroonde Nederlandse dramaserie Mocro Maffia heeft vervuld, antwoordt ze: “Ik heb geen behoefte aan populariteit. Ik heb behoefte aan werk. Populariteit gaat me niets betalen. Het gaat geen potje bruine bonen met zoutvlees voor mij op vuur zetten. Ik heb er niets aan.”
Bekendheid heeft volgens haar ook een keerzijde. “Het is leuk om ergens binnen te komen en gratis dingen te krijgen. Mensen kijken naar je. Mensen willen een foto met je. Het is gezellig. Maar voor iemand als ik die best privé kan zijn, kan het te veel prikkels geven. Dan ben ik bang dat ik onvriendelijk over kan komen. Dat wil ik niet. Dat is niet mijn fundering. Ik ben er wel achteraan gegaan (populariteit, … red.), maar toen ik zag wat het met zich meebracht, welke offers ik zou moeten brengen en dat mijn gezin erbij betrokken zou raken zei ik: nee dit is niet wat ik wil.”
Europees leertraject
Volgens Lobman speelt ook haar artistieke voorkeur een rol in haar relatieve onbekendheid. Het theater dat ze maakt, wijkt af van wat veel Surinamers gewend zijn. Toch heeft ze grote bewondering voor makers die een breed publiek weten te bereiken. “Het theater dat ik doe is best anders in vergelijking met wat bijvoorbeeld Jolanda Wassenaar heeft neergezet. A Sa Go was vroeger vreselijk bekend. Ik had enorm veel bewondering voor het werk van Jolanda. Wat ze deed. Hoe ze mensen bij elkaar bracht. Dat vond ik aantrekkelijk.”
Lange tijd kwam Lobman zelf nauwelijks toe aan theater. Twintig jaar lang combineerde ze haar eigen leven met de zorg voor haar moeder. Pas toen haar moeder op sterven lag, zette ze de stap naar de volwassen groep van On Stage. “Mijn moeder lag op haar sterfbed, en de psychiater die haar behandelde adviseerde me om iets te doen, omdat ik anders in een gat zou vallen.” Bij On Stage kwam ze terecht onder de vleugels van Helen Kamperveen. De opleiding die ze daar kreeg bleek bepalend voor haar ontwikkeling als maker. “Ik heb niet het idee dat theater aantrekkelijk genoeg voor Surinamers is om massaal naartoe te komen. Het type theater dat ik laat zien vind ik fijn. Ik vind het mooi. Iedereen door wie ik ben opgeleid, heeft een Europees leertraject achter de rug. Als ik door andere personen was opgeleid, zou ik ook anders in het leven staan.”
Toch ziet Lobman haar publiek veranderen. Dat merkte ze vooral bij haar solo-theatervoorstelling Nakomertje, die ze in maart 2025 opvoerde in theater On Stage Performing Arts. In de autobiografische voorstelling vertelt ze onder meer over haar ouders, haar jeugd als jongste van dertien kinderen (van vaders kant, … red.) en de zorg voor haar moeder. De voorstelling raakte een gevoelige snaar en leidt zelfs tot nagesprekken over onder meer mentale gezondheid. Volgens Lobman is de verschuiving in haar publiek te danken aan de vele rollen die ze de afgelopen jaren heeft vervuld. “Ik ben nu negentien jaar bezig en ik bemoei met iedereen. In die negentien jaar heb ik verschillende dingen gedaan. Ik heb gespeeld in reclames, ik heb kinderen opgeleid en ik ben met een heleboel mensen van verschillende walks of life in contact gekomen. Dus die mensen horen vaak van derden.”
Nakomertje kwam tot stand nadat Lobman een werkbezoek aan Nederland bracht. Volgens haar heeft de samenwerking met de Nederlandse regisseur Titus Muizelaar en schrijfster Dirkje Houtman niets afgedaan aan de kern van haar verhaal. “Je moet je geschiedenis goed kennen, zodat als je een buitenlandse regisseur hebt of met een buitenlander werkt, je verhaal intact blijft. Dat je verhaal niet wordt veranderd naar iets dat hun goedkeuring moet hebben om te slagen.”

Hilkia Lobman in actie tijdens haar solovoorstelling Nakomertje.
Het probleem is geld
Nakomertje zou Lobman ook gemaakt kunnen hebben met een volledig Surinaamse crew. “Het zou kunnen, ja. Honderd procent. Surinamers hebben enorm veel talent. Het probleem is geld.” Ze begrijpt waarom het Surinaamse bedrijfsleven terughoudend is met het financieren van theaterproducties. “Surinaamse bedrijven willen het geld niet uittrekken voor een theaterstuk, omdat ze er geen rendement aan hebben. Ze investeren in sport en stand-up (comedy, … red.), en dat respecteer ik. Elke ondernemer wil zijn winst terugzien, toch? Bij theater hebben ze dat niet zo snel. Desondanks zou het fijn zijn als het bedrijfsleven zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid oppakt en ook theater sponsort met sterke maatschappelijke en sociale thema's. Ook dat is deel van het leven.”
Volgens Lobman wordt de sector daarnaast geremd door het ontbreken van een fonds voor theater. “Ik wil maken, ik heb geld nodig. Ik doe een subsidieaanvraag, alles is in orde, ik krijg mijn geld.” Kunst zou volgens haar niet afhankelijk moeten zijn van persoonlijke voorkeuren of gunsten. “Als ze nou van je houden of niet. Als je kleur goed is of niet. Als je educatie goed genoeg is of niet. Dat zou geen verschil moeten maken.” Ze kijkt ernstig wanneer ze vertelt hoeveel tijd makers soms kwijt zijn aan het zoeken naar financiering. “Ik wil niet tien keer met je op de thee hoeven, begrijp je? Want dan kan ik daarover een theaterstuk maken.” Aan verhalen ontbreekt het volgens haar in elk geval niet. “Er zijn genoeg Surinaamse verhalen, maar we moeten het geld hebben, want theater maken kost veel geld. Je hebt belichting, zaalhuur, geluid, kostuums, make-up en oefendagen. Er komt heel veel bij kijken. Mensen onderschatten het. Ze denken dat je even snel wat in elkaar zet. Dat is niet wat we doen.”
Acteren is nog geen vak in Suriname
Acteren wordt volgens Lobman nog altijd niet als een volwaardig beroep gezien in Suriname. Op haar CV staan klinkende namen als de Surinaamse speelfilm Wiren, Sing Song, en haar eigen Hilkia Lobman show. “Mensen denken dat het een grapje is. Iets dat je even doet.” Volgens haar neemt de bewustwording toe. “Maar het is nog heel marginaal hoor. Bij mij zie ik het terug in de manier waarop ik word behandeld.” Tien jaar geleden ervaarde ze het nog anders. “Toen hadden mensen zoiets van: wie ben je? Wat doe je? Nee, dat gaan we niet sponsoren. Daar kan je geen geld mee verdienen. Nu als ik ergens binnen stap, hebben mensen een andere kijk op zaken omdat ze me kennen.”
Ook over theater bestaan volgens haar nog misverstanden. “Soms leeft de gedachte dat theater niet voor een bepaalde groep is. Er is meer dan wat je denkt dat theater of toneel is. Het is breder. Dat geldt ook voor acteurs. Je moet alles kunnen spelen. Misschien wil je het niet spelen, maar je moet wel respect hebben voor het werk van andere mensen die voor zijn gegaan en mooie dingen hebben neergezet. Je moet openstaan voor een verandering. Als ik nu naar China ga, is theater anders.”
Tegelijkertijd begrijpt Lobman waarom veel Surinaamse ouders terughoudend zijn wanneer hun kinderen kiezen voor een carrière in film of theater. “Mensen zitten en kijken naar een film. Ze zitten en kijken naar een theaterstuk. Maar ze willen dat niet voor hun eigen kinderen, omdat ze bang zijn dat je niet gaat eten. Het is een vrij beroep. Je kan een jaar lang gebeld worden en veel geld verdienen. Maar je kan ook twee jaar lang niet gebeld worden. Niemand wil dat voor hun kind. In een land met zo’n kleine bevolking is theater niet altijd rendabel. Vooral het theater dat ik doe met die Europese onderlaag.”
Meer dan actrice
Lobmans werk beperkt zich niet tot acteren. Bij On Stage (nu On Stage Performing Arts, … red.) groeide ze uit tot docent en regisseur. Ook waagde ze zich aan muziek. Tijdens de 21ste editie van het Suripop Festival bereikte ze met het lied Tan presi de finale. Volgens haar was het componeren allesbehalve een uitstapje. “Ik hou enorm veel van muziek. Ik kan naar alles luisteren: van Papa Touwtjie tot Pavarotti. Op elke muziek van elke cultuur kan ik dansen. Als je theater maakt en als je film doet, kom je in contact met muziek en met schrijven. Ik hou er niet van om te zeggen dat ik iets niet kan.” Daarnaast leidt ze regelmatig bingoactiviteiten voor ouderen en verzorgt ze teambuildingstrajecten bij bedrijven met behulp van theater. Sinds kort is ze artistiek leider in Suriname van de jonge Stichting Dren Kondre. Daar werkt ze onder andere samen met Barbera Oppenheimer, eveneens voormalig On Stage-actrice, die verantwoordelijk is voor de organisatie in Nederland. “Tot voor kort was ik freelancer, nu heb ik een plek gevonden waar ik thuis ben”, zegt ze glimlachend.
Na bijna twee decennia in het theater verschuift Lobman haar focus steeds meer naar film. “Ze zijn beide mijn baby's. Maar dat ding is, toen ik met theater begon, werd film me ook aangeboden na een paar jaar. Toen had ik direct door: ik kan me niet op twee dingen concentreren. Ik moet die ene (theater, … red.) eerst onder de knie krijgen. En nu heb ik theater onder de knie, durf ik te zeggen. Dus nu wil ik echt dat andere oppakken. Daarom schrijf ik nu een Surinaams-Nederlandse film.” Theater laat ze niet los. “Ik werk aan een nieuw stuk”, verklapt ze.
Lobman wordt gedragen door de mensen om haar heen. “Mensen gaan niet zomaar in een bos met je. Maar ze kunnen je wel zeggen: heb je hout nodig? Heb je een trap nodig? Heb je een kampeertent nodig? Heb je water nodig? Dat is hoe mijn loopbaan is gegaan.” Die loopbaan ziet ze als een reis die nog lang niet ten einde is. “Ik heb mijn eigen bos opengekapt. Nu ben ik bij het water. Voor mij is het nu tijd om de rivier over te steken. In dit geval is het de Noordzee. En ik moet oversteken, want ik wil naar daar (Nederland, … red.), omdat ik hier al lang mijn plafond bereikt heb.” Daarmee zegt ze niet dat ze Suriname wil verlaten. “Nee, dat is voor mij geen optie. Ik wil daar spelen, want je hebt een ander publiek. Mensen met andere normen en waarden. Andere inzichten. Je hebt andere verhalen. Ik geniet van dat proces om daar te komen. En als de stroom mij ergens anders naartoe brengt, so be it.”
Tags
Deel dit artikel




