Strafzaak ex-minister Welzijn uitgesteld naar 28 juli
· Redactie Valerie Fris
Beluister dit artikel

Rechtspraak
In de strafzaak tegen ex-minister Ferdinand Welzijn, heeft de officier van justitie gevraagd om te kunnen reageren op het pleidooi van advocaat Chandra Algoe. De zaak zal op 28 juli verder worden behandeld. Welzijn wordt samen met twee andere medeverdachten beschuldigd van onder meer valsheid in geschrifte. Hij was voorzitter van het Alcoa Minerals Pensioenfonds Suriname toen zijn bestuur de aankoop deed van 500 percelen in 2015 te Altona. Het Hoofdbestuur stelde dat het dagelijks bestuur onder leiding van Welzijn geen toestemming had voor de koop. De verdachten blijven erbij dat zij als dagelijks bestuur van het Fonds toestemming hadden van het hoofdbestuur om de aankopen te doen. Welzijn wordt er ook van verdacht de notulen waarmee de koop is gedaan, te hebben vervalst.
De getuige P. S. die eigenaar was van het Altonaprojekt getuigde op een eerdere zitting dat hij initieel een bedrag van EUR20.000 had gevraagd voor een perceel. Na onderhandelingen zou dit bedrag zijn gekomen op EUR18.500 wat het totaal verkoopbedrag bracht op EUR9.250.000,- Echter werd er een onderhandse verkoopakte opgemaakt voor een bedrag van 6 miljoen EURO. Volgens P.S. is dit gedaan om de overdrachtskosten voor het Pensioenfonds iets lager te laten uitvallen. De getuige stelde dat het niet ongebruikelijk is in de vastgoedsector dat deze manier van werken wordt gehandhaafd om de kosten te drukken. Uiteindelijk moest hij wel het bedrag van 9,25 miljoen EUR op zijn rekening ontvangen maar hij verklaarde dat dit in eerste instantie niet is gebeurd. In de overeenkomst was ook afgesproken dat P.S. zou zorgen voor de nutsvoorzieningen op het project maar dat is uitgebleven.
Advocaat Chandra Algoe vroeg tijdens haar pleidooi aan kantonrechter Duncan Nanhoe, om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren en de dagvaarding nietig te verklaren. Volgens de raadsvrouw zijn de drie verdachten in persoon gedagvaard terwijl zij handelden in hun functie en zouden dien overeenkomstig moeten zijn gedagvaard. Ook zou het bestuurslid dat aangifte had gedaan, geen deel uitmaken van het dagelijks bestuur die de Stichting in-en buiten rechte vertegenwoordigt. Volgens Algoe is het daarmee duidelijk dat de persoon geen bevoegdheid had om namens de Stichting aangifte te doen. Bovendien, zou de aangever persoonlijke issues hebben met Welzijn, zo stelde Algoe. Tegen de ex-minister en de andere verdachten is een voorwaardelijke celstraf geëist van 12 maanden en een proeftijd van drie jaar.
Tags
Deel dit artikel




