Media Heart Network
Zoeken
Gezondheid

Wie ziet de blinden?

· Tekst en beeld: Morena Leter

557weergaven11keer gedeeld

Beluister dit artikel

Een fragment uit de les ‘Proeven’ van Clifton Richardson. De 12-jarige Ri-Jane Soekhlal doet actief mee.

De handen van Ogracia Stewart (37) bewegen zelfverzekerd over de schouders van haar klant. In de salon van Stichting Shiatsu Massage Suriname verraadt weinig dat de masseuse blind is. Terwijl rustgevende muziek door de ruimte klinkt, geeft ze aanwijzingen. Voor velen is het moeilijk voorstelbaar hoe het is om zonder zicht door het leven te gaan. Toch maken blinden en slechtzienden deel uit van de samenleving.

 

Ogracia was nog leerling van het Ch. J. A. Gullit Instituut, toen haar zicht in hoog tempo achteruitging. “Ze hebben mijn moeder laten komen en haar doorverwezen naar het Blindencentrum”, vertelt ze. Via het Blindencentrum kwam ze terecht op de Louis Brailleschool, de enige basisschool voor kinderen met een visuele beperking in Suriname, waar momenteel veertien leerlingen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar onderwijs volgen. Daar leerde ze braille en vervolgde ze, inmiddels blind, haar studie binnen het reguliere onderwijs. Ze bereikte de examenklas van de MULO Coleridgeschool, maar moest haar studie wegens ziekte onderbreken. Dat weerhield haar er echter niet van haar weg te vinden op de arbeidsmarkt.

 

Inmiddels werkt Ogracia al acht jaar als masseuse bij de Stichting Shiatsu Massage Suriname. Ze werkt vier dagen per week en behandelt gemiddeld twee klanten per dag. “Er zijn vaste, maar soms ook nieuwe klanten.” Naast de mat in de salon staat een massagestoel. “We verzorgen full body massages en stoelmassages.” De kleding hoeft niet uitgetrokken te worden en er wordt ook geen gebruik gemaakt van olie. “Bij shiatsu werken we met drukpunten”, legt ze uit.

 

Ogracia Stewart doet een demonstratie van een stoelmassage.

Ogracia Stewart doet een demonstratie van een stoelmassage.

Een lesje proeven

De massagesalon bevindt zich op het terrein van de Nationale Stichting voor Blinden en Slechtzienden in Suriname (NSBS) aan de Dr. Sophie Redmondstraat. “In de volksmond wordt dit het Blindencentrum genoemd”, zegt Clifton Richardson (58). Zijn radio staat aan wanneer Media Heart Network zijn werkruimte betreedt. “Ik luister elke dag naar het nieuws.”

 

Clifton werd geboren met goed zicht, maar raakte op zijn vijfendertigste blind aan beide ogen toen een medische ingreep verkeerd afliep. “Het begon met een rood oog. Ik ben naar de oogarts geweest en moest heel wat onderzoekingen doen. Toen zei de arts dat mijn ooglens verwisseld zou worden. De ene kant (rechts, … red.) ging goed. Ik kon heel bright zien.” Op advies van de arts liet hij ook zijn linkeroog behandelen. “En daar ging het mis. Ik kreeg een infectie.” Aanvankelijk kreeg hij injecties om de infectie te bestrijden, maar zonder resultaat. “Ik zag hoe mijn ogen achteruitgingen”, vertelt hij weemoedig.

 

Tegenwoordig zet Clifton zijn kennis en ervaring in bij de NSBS. Binnen de organisatie verzorgt hij het vak Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL), waar blinden en slechtzienden praktische vaardigheden worden aangeleerd. “Dat is een lesje apart, waarbij alle dingen uit het dagelijks leven blinden en slechtzienden worden bijgebracht. Hier komen de leerlingen van de Louis Brailleschool. De kinderen maken we zelfstandig, en volwassenen mogen ook komen om wat te leren. Bij zelfstandigheid moet je denken aan bijvoorbeeld een broodje smeren. Welk mesje moet ik gebruiken? Hoe moet ik staan? Wat moet links, wat moet rechts? En dat mogen ze thuis dan ook proberen.”

 

Lesgeven is Clifton niet vreemd. “Hier worden we zorgleerkrachten genoemd, maar van beroep ben ik leerkracht”, zegt hij glimlachend. Voordat hij blind werd, werkte hij al in het onderwijs. Volgens Clifton is er behoefte aan meer hulpmiddelen voor mensen met een visuele beperking. “Kijk, iets als een waterindicator is nodig wanneer je gaat schenken, zodat je niet morst. We hebben weinig daarvan.” Hij geniet goede ondersteuning van collega Ethel Morgenstond, die houders met zout, suiker, zuur en honing op de lestafel klaarzet. Een leerling komt rustig aangelopen. Met haar blindenstok en steun van de railing bereikt ze het lokaal. Clifton maakt een aanvang met de les. “We gaan het vandaag hebben over proeven.”

 

Begeleiding

Jeanette Weewee, coördinator begeleiding bij de NSBS werkt al 23 jaar met kinderen met een visuele beperking. “Zodra het (de visuele beperking, … red.) wordt opgemerkt door de oogarts of ouders, komen ze bij ons. We stomen kinderen met een visuele beperking vanaf 0 tot 4 jaar klaar, zodat ze naar school kunnen gaan. Wanneer ze 4 jaar zijn, maken we een keuze. Gaan ze naar de Louis Brailleschool of zetten we ze direct in het regulier onderwijs?”

 

Ook nadat leerlingen met een visuele beperking doorstromen naar het reguliere onderwijs, blijft begeleiding nodig. “We begeleiden 40 kinderen. Ik heb momenteel vier dames die onder me vallen. We zijn onderbemand, dus een maatschappelijk werker helpt om mee te begeleiden”, vertelt ze. Het werkgebied beperkt zich grotendeels tot Paramaribo. Hoewel vanuit de districten regelmatig personen naar het Blindencentrum komen voor een intake, lees- en schrijflessen of training met een blindenstok, blijft uitbreiding van de dienstverlening naar de districten wenselijk. “Eigenlijk zouden we in de districten dependances moeten hebben van het Blindencentrum. Je moet iemand hebben die trekker is in het district, maar visuele beperking is nog een taboe.”

 

Op het terrein van de NSBS helpen verschillende voorzieningen blinden en slechtzienden zich zelfstandig te verplaatsen. Boven: een voelbaar oppervlak bij de ingang. Onder: een railing dient als ondersteuning.

Op het terrein van de NSBS helpen verschillende voorzieningen blinden en slechtzienden zich zelfstandig te verplaatsen. Boven: een voelbaar oppervlak bij de ingang. Onder: een railing dient als ondersteuning.

Gefragmenteerde data

Het achterhalen van het aantal blinden en slechtzienden in Suriname blijkt geen eenvoudige opgave. Volgens Rakesh Gajadhar Sukul, directeur van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid, beschikken verschillende instellingen over gegevens van mensen met een visuele beperking. Hij noemt onder meer de poli's van de Regionale Gezondheidsdienst, ziekenhuizen en het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting. De beschikbare data zijn echter gefragmenteerd. Volgens Sukul bemoeilijkt dat het verkrijgen van een landelijk overzicht. “We hebben nog geen volledig gedigitaliseerd gezondheidszorgsysteem. De data zijn er wel, maar die moeten uit de kasten worden gehaald.”

 

Het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) beschikt over gegevens uit de achtste algemene volks- en woningtelling van 2012. Daarbij werden 433 blinde personen en 5.332 personen geregistreerd die aangaven veel moeite te hebben met zien. Van de in 2024 gehouden volkstelling zijn nog geen cijfers beschikbaar. “Het streven is om eind september de eerste cijfers te publiceren”, zegt Romary-Ann Wirjadi, Public Relations & Information-medewerker bij het ABS.

 

Blindheid is geen einde van de wereld

Op haar vrije dagen gaat Ogracia met een begeleider op stap. Voor boodschappen krijgt ze meestal gezelschap van een begeleider. “Als ik wat bij de markt moet kopen, groenten, vlees, dan ga ik naar de markt. Ik ga met mijn vriend, of soms mijn zoon.” Ze is moeder van twee kinderen: een zoon van veertien en een dochter van negen jaar. “Ik heb mijn kinderen nog nooit gezien, maar mensen vertellen me wel dat ze mooi en prachtig zijn.” Ogracia ontvangt veel steun van haar partner. “Hij heeft me geaccepteerd zoals ik ben.”

 

Het verlies van haar zicht was in het begin moeilijk te verwerken. “Ik was verdrietig. Ik dacht dat ik alleen was op de wereld en dat ik alleen zo was. Maar toen ik hier op school (Louis Brailleschool, … red.) kwam dacht ik van nee, ik ben niet alleen zo. Er zijn ook andere mensen of kinderen die zo zijn. En toen begon ik me weer anders te voelen.” Af en toe wordt ze op straat herkend door oud-klasgenoten. “Misschien zien ze me en dan roepen ze me: ‘Ogracia!’ Dan zeg ik: ‘Wie is het weer?’ Ze zeggen: ‘We zaten samen op school.’ Dan noemen ze hun naam en zeg ik: ‘Ooh, ja.” Hoewel ze zichzelf omschrijft als introvert, onderhoudt ze nauw contact met haar broers, zussen en andere blinden en slechtzienden.

 

“Het heeft langer dan een jaar geduurd om te accepteren dat ik blind was”, zegt Clifton. “Met heel veel pijn, huilend, huilend, huilend. Je leven verandert. Alles verandert om je heen.” Hij werd steeds meer afhankelijk. “Je bent thuis, je ligt, iedereen gaat weg. Je moet wachten op mensen om te komen koken.” In die periode kon hij rekenen op steun van zijn dochter en zus. “Alles werd in mijn kamer gezet. Thee in een thermos, mijn brood werd gemaakt, een toetje voor tien uur. Ik ging wel zelf baden en naar het toilet.” Dit hield aan, totdat hij tot een belangrijk inzicht kwam. “Ik lag een dagje thuis en ik kreeg een ingeving. Blindheid is geen einde van de wereld.” Vanaf dat moment pakte hij de draad op en verrichtte hij steeds meer taken in huis.

 

Voor communicatie maakt Clifton gebruik van zijn mobiele telefoon. “Ik zeg altijd, het beste voor blinden is een iPhone. Het heeft een spraakprogramma en het vertelt je alles wat je moet doen of waar je naartoe moet gaan. Dat is gewoon navigeren met je vinger.” Volgens hem zouden meer blinden en slechtzienden zich buitenshuis moeten begeven, maar de omgeving vormt daarbij vaak een obstakel. “Ik ken maar één of twee maatjes die in de binnenstad lopen, omdat de binnenstad niet geschikt is voor mensen met een beperking. Er zijn losse steentjes, auto's hier en daar geparkeerd, waardoor je op de rijbaan moet lopen.” Zelf mijdt hij de binnenstad zoveel mogelijk. “No mang, ik wil niet vallen. Ik heb het een keertje geprobeerd. Als het moet ga ik (onder begeleiding, … red.) naar Kirpalani of Lucky Store.

 

Vanaf de NSBS loopt er een blindengeleidestrook tot aan de kruising van de Dr. Sophie Redmondstraat en Johan Adolf Pengelstraat.

Vanaf de NSBS loopt er een blindengeleidestrook tot aan de kruising van de Dr. Sophie Redmondstraat en Johan Adolf Pengelstraat.

Een inkomen

Dankzij haar werk bij Stichting Shiatsu Massage Suriname beschikt Ogracia over een inkomen. Hoewel de stichting dit jaar formeel haar tienjarig bestaan viert, wordt sinds 2010 gewerkt aan het professioneel opleiden van masseurs en het aanbieden van massages als inkomstenbron voor visueel beperkten. “Werken met mensen met een visuele beperking is voor mij niet anders dan werken met mensen zonder beperking”, zegt voorzitter Anthousa Lim-A-Po. “Vanaf mijn eerste dag dat ik deelnam in het bestuur hebben de masseurs mij gevraagd hen te behandelen als zelfstandige, werkende mensen. Het enige waar wij rekening mee moeten houden is de veiligheid van de masseurs.” Bij de balie is daarom iemand aanwezig, zodat goed in de gaten gehouden kan worden wie zich bij de salon meldt. Momenteel zijn vijf masseurs actief in de salon, onder wie Ogracia en Clifton. Daarnaast ondersteunen achttien vrijwilligers de stichting in de salon, het bestuur en tijdens evenementen en andere activiteiten.

 

Hoewel Ogracia haar werk als masseuse met plezier doet, voelt ze dat haar mogelijkheden verder reiken. In het verleden solliciteerde ze naar functies als typiste en telefoniste. “Ik heb al computerervaring opgedaan, maar zou het weer moeten refreshen.” Ook Clifton is ervan overtuigd dat blinden en slechtzienden meer kunnen dan vaak wordt aangenomen. “Denk aan bijvoorbeeld de ziekenhuizen, de linnenafdeling, wassen, vouwen. Dat zijn werken die ze kunnen. Je moet ze meenemen, je moet ze wijzen, je moet ze helpen. Je moet die eerste stap voor ze zetten.”

 

Vergeten groep

Jeanette Weewee is bekend met de uitdagingen waarmee mensen met een visuele beperking worden geconfronteerd. Toch ziet ze ook positieve ontwikkelingen. De belangrijkste missie van de NSBS, die volgend jaar zestig jaar bestaat, is volgens haar om mensen met een visuele beperking zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren in de maatschappij. Het ontbreekt niet aan ambitie in de doelgroep. “Ze willen participeren in de maatschappij. Maar hoe willing en hoe ready is onze maatschappij om ze te accepteren?” Ze wijst op verschillende voorbeelden van mensen die ondanks hun visuele beperking hun weg naar de arbeidsmarkt hebben gevonden. “Er zijn mensen die tewerkgesteld zijn als telefonist bij de Centrale Bank van Suriname. Bij Telesur hebben we ook een telefonist. We hebben twee die nu werken als tekstverwerkers binnen De Nationale Assemblée en eentje die werkt bij het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening.

 

Volgens haar moet de samenleving nog stappen zetten. “Ik vind, met zoveel jaar ervaring, dat de maatschappij nog niet ready is voor deze groep.” Vooral op het gebied van bewustwording ziet ze ruimte voor verbetering. “Men denkt iemand heeft een beperking, blam, en daar stopt het. Ze kunnen niks. Bij deze doelgroep is dat hun zicht is weggevallen of hun zicht is wat minder. Maar ze hebben genoeg capaciteiten en mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Ik wil dat iedereen weet dat ze ook deel uitmaken van de maatschappij, en dat ze meer kunnen dan dat wij van ze denken.”

 

Ook Ogracia hoopt op meer acceptatie van mensen met een visuele beperking in de samenleving. Regelmatig krijgt ze te maken met opmerkingen van omstanders. “Een keer was ik met mijn zoon naar de stad. We liepen samen naar de markt, toen hoorde ik een van die mannen tegen een ander zeggen: 'Eey, a n'e syi jere.' Zij denken dat je ze niet hoort, maar ik heb het wel gehoord. Mensen vragen zich af wat we kunnen en hoe we dingen doen. Ze zien ons meestal niet. We zijn als een vergeten groep, kan je zeggen.”

Tags

Gerelateerd nieuws

Reacties (0)

    Reageer